Dit is waarschijnlijk een van de vragen die mij het vaakst worden gesteld. Het antwoord is tegelijk eenvoudig… en genuanceerd.
Ving Tsun werd ontwikkeld als een systeem voor zelfverdediging en gevechten op korte afstand. Het doel is een aanval zo snel mogelijk te beëindigen door de principes van de kunst toe te passen, eerder dan te vertrouwen op fysieke kracht.
Daarom richt Ving Tsun zich vanzelfsprekend op kwetsbare zones zoals de ogen, keel, nek, bepaalde gewrichten en de lies. Deze technieken zijn in vrijwel elke sportcompetitie verboden.
Daarom werd traditioneel Ving Tsun nooit ontworpen om een gevecht te winnen dat door sportregels wordt bepaald.
In een ring of kooi leggen de regels daarentegen duidelijke beperkingen op: bepaalde slagen zijn verboden, het grond- en worstelwerk is gereglementeerd en de vechters kennen vooraf het kader waarin zij zullen strijden.
In die context beschikt een beoefenaar die uitsluitend traditioneel Ving Tsun trainde niet over alle middelen die nodig zijn om goed te presteren in competitie.
Wanneer Ving Tsun echter op een intelligente manier wordt geïntegreerd in boksen, kickboksen, Muay Thai, MMA of een andere gevechtssport, vormt het een uitstekende aanvulling.
De principes kunnen onder meer het beheer van de korte afstand, het werken met hoeken, de gevoeligheid via contact, de reflexen in het nabijgevecht en de controle van de centrumlijn verbeteren.
Daarom blijft Sifu De Beil zelf ook andere gevechtsdisciplines beoefenen en bestuderen: elke kunst heeft haar sterke punten en haar beperkingen.
Het belangrijkste is niet te bepalen welke krijgskunst “de beste” is, maar te begrijpen voor welke context zij werd ontwikkeld en wat zij de beoefenaar werkelijk kan bieden.